Ketensamenwerking leer je in de praktijk

900 woorden, 3 – 5 minuten lezen

black android smartphone on top of white book

Ketensamenwerking staat al jaren in de spotlights, bij zowel professionals in de praktijk als bij wetenschappers.

Iedereen gelooft in de voordelen van ketensamenwerking. Al tientallen jaren spannen professionals in de praktijk en wetenschappers zich in om de traditionele relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer te veranderen. Toch komt ketensamenwerking in de bouw nog niet van de grond.

De bouw staat nog altijd bekend om een grote verspillingen van tijd, geld en materiaal [1, 2]. Een van de redenen is de wederzijds afhankelijke relatie tussen de opdrachtgever en opdrachtnemer [2, 3].

Volgens de wetenschappers zijn er meerdere redenen dat alle aandacht voor ketensamenwerking in de bouw nog niet veel heeft opgeleverd [9, 10, 11]. Er wordt gezegd dat:

  • de aandacht vooral gaat naar de technische aspecten van ketensamenwerking [12]
  • er wel veel wordt voorgeschreven over hoe mensen het zouden moeten doen, maar er wordt weinig beschreven hoe mensen ketensamenwerking doen [12]
  • er wordt weinig onderzoek gedaan naar het individu in de bouwketen. Meestal wordt geprobeerd de hele bouwketen in een keer te onderzoeken, waardoor interessante individuele opvattingen worden uitgemiddeld in het grotere geheel. Wat gebeurt aan onderzoek is abstract [13].

Wat moet er dan dus gebeuren?

Daar moet dus verandering in komen. En dat moet wordt gedeeld onder mijn collega-onderzoekers. Ze zeggen dat we ketensamenwerking moeten gaan opvatten als een dynamisch spel [14, 15, 16]. Ketensamenwerking is niet iets wat je met een strategie van bovenaf moet implementeren, maar die samenwerking moet je proberen te verbeteren door het te doen met de mensen zelf.

Daar ging ik dus op focussen in mijn onderzoek: hoe individuele mensen in het werk vorm geven aan ketensamenwerking.

De bouwsector is breed

De bouwsector is breed. Een ketensamenwerking in een civiel project is waarschijnlijk anders dan een ketensamenwerking bij de bouw van een groot treinstation, of een sociale woningcorporatiewoning. Figuur 1 laat verschillende takken zien binnen de bouwwereld.

verschillende takken in de bouwwereld
Verschillende takken binnen de bouwwereld. De rode cirkel geeft de focus van dit onderzoek weer.

Ik ben mij gaan concentreren op renovatie en onderhoud bij woningcorporaties.

Dat heb ik gedaan, om meerdere redenen:

  • woningcorporaties bezitten ongeveer een derde van alle huizen in Nederland en kan daarmee dus invloed kan hebben in hoe er samengewerkt wordt.
  • ook lijken renovatie- en onderhoud projecten van woningcorporaties op elkaar. Ze hebben veel van hetzelfde type bezit. Er is dus kans op het werken met een vaste partner voor meerdere projecten.
  • en ik vind woningcorporaties interessante bedrijven en ik vind het belangrijk dat ze een belangrijke en zichtbare bijdrage leveren aan de maatschappij (deze laatste reden staat trouwens niet in mijn proefschrift).

Het probleem dat wordt aangepakt in dit onderzoek

Het probleem is dus dat er tot nu toe te weinig aandacht is besteed aan hoe individuele mensen in de bouw principes van ketensamenwerking toepassen. Het is nodig om daar aandacht aan te besteden, want dan weten we beter waar die mensen tegen aan lopen. Als we inzage hebben in die problemen, kunnen we ze ook beter oplossen.

Doel van dit onderzoek

Het doel van dit onderzoek is om praktijkervaringen te beschrijven van projectleiders die werken voor woningcorporaties en die proberen de principes van ketensamenwerking toe te passen.

Stay tuned for more…

Ik beschrijf dus wat projectmanagers en projectleiders bij woningcorporaties meemaken als ze samenwerking in de keten willen verbeteren.

Daarmee stuit ik natuurlijk gelijk op een gigantisch probleem. Namelijk, hoe doe je dat? En wat maakt zo’n beschrijving wetenschappelijk? Op die vragen ga ik volgende keer in. Dan leg ik uit hoe ik dit onderzoek precies heb aangepakt. Je zult ontdekken dat alles te maken heeft met 3 pijlers van wetenschap.

Deze blog betreft een losse vertaling van pagina 39 t/m 43 van:

Venselaar, M., (2017). Work Floor Experiences of Supply Chain Partnering in the Dutch Housing Sector. Delft, Architecture and the Built Environment.

Download mijn proefschrift HIER.

BRONNEN

  1. Cox, A. and Thompson, I. (1997) ‘Fit for purpose’ contractual relations: determining a theoretical framework for the construction industry. European Journal of Purchasing and Supply Management, 3 (3), 127–135.
  2. Vrijhoef, R. (2011) Supply chain integration in the building industry. The emergence of integrated and repetitive strategies in a fragmented and project-driven industry. Amsterdam IOS Press.
  3. Tazelaar and Snijders (2010) Dispute resolution and litigation in the construction industry. Evidence on conflicts and conflict resolution in The Netherlands and Germany. Journal of Purchasing & Supply Management. 16(4), 221- 229.
  4. Boukendour, S., and Hughus, W., (2014). Collaborative incentive contracts: stimulating competitive behavior without competition. Construction Management and Economics. 32(3), 279-289.
  5. Bygballe, L.A., Jahre, M. and Swärd, A. (2010) Partnering relationships in construction: a literature review. Journal of Purchasing & Supply Management, 16(4), 239–53.
  6. Eriksson, E., (2015). Partnering in engineering projects: Four dimensions of supply chain integration. Journal of Purchasing and Supply Management, 21(1), 38-50.
  7. Hong, Y., Chan, C.W.M., Asce, M.,Chan, A.P.C., Yeung, J.F.Y., (2012). Critical Analysis of Partnering Research Trend in Construction Journals. Journal of Management in Engineering. 28(2), 82-95.
  8. Construction Industry Institute (CII), (1991). “In search of partnering excellence’ Publication no. 17-1, Report CII, Austin, TX.
  9. Smyth, H. (2010). Construction Industry performance improvement programmes: the UK case of demonstration projects in the ‘Continuous Improvement’ programme. Construction Management and Economics, 28(3), 255-270.
  10. Fernie, S., Tennant, S., (2013). The Non-Adoption of Supply Chain Management. Construction Management and Economics, 31(10), 1038 – 1058.
  11. Gottlieb, S.C., Haugbølle, K., (2013). Contradictions and Collaboration: Partnering in-between Systems of Production, Values and Interests. Construction Management and Economics, 31(2), 119 – 134.
  12. Bresnen, M., (2010). Keeping it real? Constituting partnering through boundary objects. Construction Management and Economics. 28(6), 615 – 628.
  13. Phua, F.T., (2013). Construction management research at the individual level of analysis. Construction Management and Economics, 31(2), 167 – 179.
  14. Bresnen, M. and Marshall, N. (2002) The engineering or evolution of cooperation? The tale of two partnering projects. International Journal of Project Management, 20(7), 497–505.
  15. Bresnen, M. (2007) Deconstructing partnering in project based organisation: seven pillars, seven paradoxes and seven deadly sins. International Journal of Project Management, 25(4), 365–74.
  16. Bresnen, M. (2009) Living the dream? Understanding partnering as emergent practice. Construction Management and Economics, 27(10), 923–33.

PS: Met een losse vertaling bedoel ik dat ik zorg dat het een goed leesbaar verhaal wordt. Daarvoor kies ik er soms voor om een aantal details weg te halen, en soms kies ik er juist voor om extra details toe voegen. Qua inhoud wijk ik natuurlijk niet af van wat er in het proefschrift staat!

Plaats een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: