Wetenschap is onbetrouwbaar en onderzoek naar de effecten van meditatie dus ook.

1.600 woorden, 6 – 8 minuten lezen
photo of a man sitting under the tree
De meeste wetenschappelijke studies naar de effecten van meditatie deugen voor geen meter. Als je wil mediteren, doe je dat omdat je daarin gelooft.

Eerder schreef ik een blog over de positieve effecten van meditatie. Vandaag schrijf ik een blog waarin ik een werk van Rosanne Hertzberger overtuigend beargumenteert dat onderzoek naar de effecten van meditatie (zoals deze blog) vaak onbetrouwbaar is.

Het was superinteressant en daarom vat ik het hier voor jullie samen 🙂 Enjoy!!

Inleiding

“Terwijl we mindful leren loslaten, meten we alles wat los- en vastzit.” Zowel het geloof in de wetenschap, als het aantal mensen dat mediteert (een van oorsprong spirituele bezigheid) groeit. Dit lijken tegengestelde trends, maar aanhangers van beide trends lijken erg zeker van hun zaak.

Rosanne Hertzberger, wetenschapper en columnist bij het NRC, houdt de zekerheden van onze tijd tegen het licht en bekijkt in hoeverre wij onszelf voor de gek houden met wetenschap en meditatie.

Keihard bedrijfsleven en mediteren

Rosanne is gefascineerd door de moderne mediterende klasse. Als voorbeeld noemt Rosanne Jack Dorsey. Jack is eén van de vele Sillicon Valley CEO’s, die zichzelf trakteert op een 10-daagse stilteretraite (Vipassana). Jack heeft het zwaar. Volgens zijn Apple Watch was zijn hartslag in zijn slaap tijdens de retraite nog maar 50 slagen per minuut. Ook de gemiddelde religie-averse google-medewerker, sluit volgens Rosanne regelmatig zijn ogen om te mediteren.

Maar het ritueel van mediteren, dat oorspronkelijk uit het verre Oosten komt, wordt door types als Jack Dorsey en google-medewerkers uit zijn verband gerukt. Volgens Rosanne wordt meditatie in het westen niet alleen ontdaan van bovennatuurlijke aspecten, maar ook van haar betekenis. Boeddha leerde dat het menselijk lijden voortkomt uit verlangen en dat je je daar met meditatie van kunt verlossen. In het Westen wordt meditatie gebruikt om een verbeterde versie van jezelf te worden. Meditatie is een rationele oefening geworden, waarmee je mentale en fysieke gezondheidsverbetering kunt verbeteren.

Cijfertjesdenken

Rosanne onderbouwt met allerlei voorbeelden dat mensen in Nederland een rotsvast vertrouwen in de wetenschap hebben. Ze hebben zelfs meer vertrouwen in de wetenschap, dan in bijvoorbeeld de pers, vakbonden, de regering en de rechtspraak. De kerk als instituut waarin je vertrouwen zou kunnen hebben wordt al niet eens meer genoemd. Religie zijn we al lang verloren, aldus Rosanne.
Enerzijds is dat rotsvaste vertrouwen in de wetenschap een goede zaak. Door de wetenschap hebben we al een groot deel van de wereld leren kennen. We kunnen mensen genezen van ziektes en vliegtuigen bouwen. Het heeft ons gemaakt wie we zijn: gezond, gelukkig en rijk.

Maar door een gebrek aan ideologie, is wetenschap aan het uitgroeien tot een alwetende rechter die oordeelt over goed en kwaad. Wetenschap vertelt ons waarom we eten wat we eten, hoe we kinderen moeten opvoeden, waarom we sporten zoals we sporten, waarom we leven zoals we leven. We vertrouwen niet meer op ons morele oordeel. We benaderen alles evidence-based. We drukken bijvoorbeeld menselijk leed uit in Euro’s. “Depressie kost de maatschappij 1,3 miljard per jaar”. We willen onze hobbies legitimeren met cijfers. Wandelen in het groen? Je cognitieve functies gaan vooruit. Een kopje koffie? Je kans op dementie verlaagt.

Hoewel de wetenschap veel onbetrouwbaarder is dan we zouden willen, is wetenschap onze belangrijkste steunpilaar aan het worden.

Waarom wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van meditatie vaak niet betrouwbaar is

Maar, volgens Rosanne, kunnen we ook té veel vertrouwen hebben in de wetenschap. De wetenschappelijke methode is kwetsbaar en kan makkelijk misbruikt worden. Wetenschap is uitermate flexibel en je kunt cijfers laten zeggen wat je wil zeggen. Je kunt experimenten gebruiken om je gelijk aan te tonen. “Wetenschap kan als buikspreekpop fungeren”, aldus Rosanne.

Een mooi voorbeeld om aan te tonen hoe dat wetenschap je in sprookjes kan laten geloven, is een curieus experiment in Washington DC in de jaren ’90. Dat was in die tijd een criminele stad, en een groep mensen dacht dat je met meditatie de harmonie in de stad terug kon brengen. Vierduizenden mensen trokken naar de stad om daar urenlang te mediteren, terwijl de kogels hen om de oren vlogen. En natuurlijk werkte het. Volgens de onderzoekers nam het aantal misdrijven sterk af en halveerde het aantal verkrachtingen.

Maar in The Buddha Pill, een kritisch boek over meditatie, staat beschreven dat er bij dit onderzoek wel een aantal lijken in de kast lag. Volgens dit boek verdubbelde juist het aantal moorden in de tijd dat er gemediteerd werd door die vierduizend mensen. In 36 uur waren er 10 moorden gepleegd in de stad. Echter, de onderzoekers van het meditatie-experiment vonden dit zo’n gewelddadige uitschieter, dat ze het niet representatief vonden; Deze uitschieter werd buiten beschouwing gelaten, omdat het niet paste bij de rest van de data. Je kunt het vergelijken met iemand die de hoeveelheid regen wil meten, maar de stortbuien niet meeneemt, omdat het niet exemplarisch is voor het weer. Meestal regent het zachtjes.

Ook lijkt er in het meditatieonderzoek in Washington sprake te zijn van cherry picking. Als je maar genoeg cijfers verzamelt, vind je altijd wel iets relevants.

De onderzoeksgroep van het meditatie-experiment in Washington leek zo overtuigd van het positieve effect van meditatie op de criminaliteitscijfers van de stad, dat het maar de vraag is of ze ooit iets hadden kunnen vinden dat hun geloof in meditatie zou laten wankelen. Het lijkt erop dat het experiment is uitgevoerd om hun gelijk te bewijzen.

Er is ook te weinig duidelijkheid over de definitie van mindfulness. Het meest zorgwekkende is dat er maar ontzettend weinig goed gecontroleerde studies zijn.

Het ontwerp van een studie naar meditatie is superbelangrijk. Het woord meditatie roept al allerlei associaties op, waardoor mensen bij voorbaat al reageren. Hierdoor ontstaan allerlei (positieve en negatieve) placebo-effecten, die de resultaten van elk onderzoek over meditatie beïnvloeden. Daarom is het werken met controlegroepen belangrijk. Dat betekent dat je een groep mediterende mensen vergelijkt met een groep die niets doet. Er is op die manier een honderdtal papers geschreven, die allemaal iets positiefs concluderen over de effecten van meditatie. Maar ook hier kunnen de positieve associaties die meditatie bij mensen oproept, van invloed zijn op die positieve conclusies.

Je moet de controlegroep dus niet niets laten doen, maar je moet ze iets laten doen dat net zo sterke positieve associaties oproept als meditatie. Daarom ontwerpen onderzoekers ook nep-therapieën. Dat is een heel ingewikkeld proces, want je moet iets ontwerpen dat precies even veel positieve associaties oproept als meditatie. Maar een heel klein percentage van de wetenschappelijke onderzoeken naar meditatie zijn op die manier uitgevoerd. Uit eén van die onderzoeken blijkt dat de neptherapie even goed werkte als meditatie.

Wat het onderzoek naar de effecten van meditatie ook vertroebelt, is dat de sleutelfiguren in deze onderzoekscommunity zelf allemaal mediteren en dus geloof hebben in het nut daarvan. Meditatieonderzoeken worden met veel eerbied en een diepe buiging aan de Dalai Lama aangeboden. Het is maar de vraag hoe neutraal deze onderzoekers zijn en hoe kritisch ze zich durven uit te spreken.

Ook al gaat de wetenschap prat op rationaliteit, de mens is nog altijd tot in haar tenen irrationeel.

Volgens Rosanne deugen de onderzoeken naar meditatie gewoonweg niet. Volgens haar zijn bij meditatieonderzoek alle risicofactoren voor slecht onderzoek aanwezig: een onderwerp met placebo-effect, slecht gecontroleerde studies, een hype-gehalte, en een meditatie (en mindfulness)-industrie waarvan de inkomsten leunen op positieve onderzoeksresultaten. “Het is een recept voor mislukkingen”, aldus Rosanne.

Als je tijd besteedt aan muziek maken, een dutje doen of een wandeling, is het waarschijnlijk even effectief als mediteren. En als je echt wil mediteren, claim dan niet dat het wetenschappelijk verantwoord is. Want dat is het niet.

En hoe schimmig de resultaten van dit onderzoek ook zijn, de cijfers worden nog steeds gebruikt om meditatie te verkopen.

Wetenschap in crisis

Onderzoek naar meditatie is exemplarisch voor de wetenschap als geheel. Het wetenschappelijk bedrijf is volgens Rosanne in crisis. Kwaliteitscontroles falen en de meest prestigieuze wetenschap die er is blijkt voor een deel volstrekt onbetrouwbaar en onbruikbaar om bijvoorbeeld medicijnen mee te maken.

De crisis ontstaat niet doordat wetenschappers van kwade wil zouden zijn, of opzettelijk frauderen. Dat is zeldzaam.

De wetenschappelijke crisis ontstaat doordat wetenschappers grote belangen hebben bij baanbrekend onderzoek. Resultaten moeten goed-nieuws-verhalen zijn. Het onderzoeksgeld en je baan als wetenschapper, hangen af van spectaculaire uitkomsten en een hoge impact. Dus kijken onderzoekers door hun wimpers naar datasets en winkelen dus selectief. Het betekent dat negatieve onderzoeksresultaten zelden worden gepubliceerd. Experimenten worden vaak meerdere malen uitgevoerd. Als er 19 keer niets uit het experiment komt, wordt dit niet gepubliceerd. Die ene keer dat er per ongeluk wel iets uit komt, krijgt een publicatie.

Het gaat vaak mis, en er zijn veel slechte studies. Wie zegt dat wetenschap ook maar een mening is, heeft gelijk.

We zijn nog steeds mens

Wij bouwen geen kerken meer, maar campussen. We analyseren, experimenteren, en laten ons meeslepen door verzinsels. We bidden niet, maar meten. Kennis is alles. We laten ons meeslepen door spektakel en theater.

De wetenschap is nog steeds een belangrijke bron van kennis. Maar we maken wetenschap te belangrijk in ons leven. Door er te veel op te leunen, valt het vanzelf om.

We vergeten te vaak dat wetenschappers nog altijd mensen zijn, nog steeds een “smerig, snuivend, agressief, geil, verward, irrationeel kuddedier, dat tot God bidt en gelijk wil krijgen”, aldus Rosanne.

De reden dat meditatie nu zo populair is, heeft weinig te maken met wetenschap, maar alles met de tijdgeest. Het past naadloos in het allesoverheersende individualisme. Meditatie is een moderne deugd. Een statussymbool.

Maar er is nog een andere reden dat meditatie zo populair is. Het fungeert als opvulling voor een grote leegte die religieuze rituelen hebben achtergelaten. “Het is een seculier gebed, een nihilistische ceremonie, maar dan zonder naastenliefde, zonder collecte, zonder goed of kwaad, waar je je nooit schuldig hoeft te voelen of aan regels hoeft te voldoen, en alles wat jij in je eigen bubbel ervaart alleen maar goed is.

Hertzberger, R., (2019). Het grote niets. Waarom we te veel vertrouwen hebben in de wetenschap. Amsterdam, Prometheus Nieuw Licht.

Plaats een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: