12 problemen met het implementeren van circulaire economie bij een renovatieproject van een woningcorporatie

1.400 woorden, 5 – 7 minuten lezen. 
gray concrete building
Zo ziet een gebouw eruit als het gesloopt wordt. Aan Harry de taak om van deze materialen weer iets nieuws te maken. Onmogelijk? Ik weet zeker van niet. Maar er zijn wel wat problemen te overwinnen…

Het implementeren van het concept circulaire economie in bijvoorbeeld een renovatieproject bij een woningcorporatie gaat niet zonder slag of stoot.

Vermunt en zijn collega’s hebben in een recente studie uit 2019 alle barrières met betrekking tot het implementeren van circulaire economie op een rijtje gezet.

Dit hebben ze gedaan door 31 CEO’s of managers te interviewen van Nederlandse bedrijven die bezig zijn met circulaire economie. De bedrijven bieden een brede range aan producten en diensten en zijn dus lang niet allemaal uit de bouwindustrie.

Vermunt en zijn collega’s maken daarbij onderscheid in vier verschillende type circulaire business modellen:

  • Product-as-a-service
  • Levensverlenging van producten
  • Het herstellen van materialen uit afgedankte producten
  • Vervangen van virgin materials door gebruikte materialen

Bij een renovatieproject van een woningcorporatie kunnen alle vier circulaire businessmodellen bijeenkomen. Dus ook de problemen van alle vier type businessmodellen kunnen voorkomen bij een circulair renovatieproject.

In deze blog zet ik alle barrieres die Vermunt en zijn collega’s hebben gevonden op een rijtje. Dat rijtje spiegel ik zelf aan problemen die ik voorzie bij renovatieprojecten van woningcorporaties die op een circulaire wijze uitgevoerd dienen te worden. Dus stel dat Harry de projectleider van een woningcorporatie de opdracht krijgt om een wooncomplex circulair moet renoveren. Wat komt Harry dan tegen?

1) Te weinig kennis over hoe producten hergebruikt kunnen worden.

In het kader van levensverlenging van producten of het herstellen van afgedankte producten bleken, volgens dit onderzoek, kennis en technologie binnen het bedrijf vaak een probleem te zijn.

Stel, Harry krijgt een opdracht om de levensduur van de kozijnen van het te renoveren wooncomplex te verlengen, of om te zorgen dat ‘nieuwe’ kozijnen geplaatst worden die zijn gemaakt van afgedankte materialen. Hoe pakt Harry zoiets aan? In het geval van Harry zou hij altijd externe partijen, zoals een aannemer, inschakelen om te helpen bij zijn probleem. Het gebrek aan interne kennis wordt dus gecompenseerd door externe hulp in te schakelen.

2) Het kost tijd om goede oplossingen te zoeken

Als je de levensduur van materialen wilt verlengen, of materialen van oude materialen wil maken, is het een zoektocht hoe je dat precies doet. Ook als Harry een aannemer inschakelt, is het probleem nog niet zonder meer opgelost. Die aannemer zal zelf ook goed moeten nadenken over hoe hij dat wil aanpakken. Het kan wel een jaar duren voordat een goede oplossing is gevonden.

Alleen Harry zit aan deadlines vast voor zijn renovatieproject. Vaak moet het budget voor een bepaalde datum uitgegeven zijn, anders komt de boekhouding in de war. En, nog veel belangrijker, er zitten allerlei bewoners te wachten op hun huis. Onder tijdsdruk wordt dan toch afgezien van het circulaire product, en wordt voor een standaard oplossing gekozen.

3) Product-as-a-service-oplossingen levert organisatorische problemen op.

Dat is logisch. Stel dat Harry voor het renovatieproject de kozijnen niet wil inkopen, maar leasen van de leverancier. Het voordeel is dat Harry er zelf geen omkijken meer naar heeft. Iedere maand betaalt Harry het bedrag en de leverancier zorgt dat het wooncomplex nette en functionerende kozijnen heeft.

Maar je krijgt daarmee natuurlijk ook een hoop administratie. Er moeten contracten afgesloten worden. Al die administratie levert ook weer extra kosten. Er moet software komen om alles in te administreren en mensen moeten dit bijhouden.

En wat gebeurt er als het contract niet wordt nagekomen? Bijvoorbeeld, de leverancier doet niet wat er in het contract staat. Of de woningcorporatie betaalt niet iedere maand het afgesproken bedrag. Sloopt die leverancier de kozijnen er dan uit? Dat gaat natuurlijk niet.

4) Hoge investeringskosten
Het grootste probleem bij product-as-a-service zijn de hoge investeringskosten voor degene die de service levert. Om in het voorbeeld te blijven: als Harry de kozijnen least in plaats van koopt, scheelt dat voor Harry investeringskosten. Maar de kozijnenleverancier krijgt juist ineens heel hoge investeringskosten. Die leverancier zal een hele serie kozijnen moeten aanschaffen. Dat betekent veel geld dat vast zit in de kozijnen en ook veel risico. Dat is helemaal niet aantrekkelijk voor die leverancier. Hij zal veel geld moeten vragen om dat risico te dragen. En dat geld moet door Harry, en uiteindelijk de bewoners van de woningcorporatie betaald worden. Het leasen van kozijnen klinkt mij heel onaantrekkelijk in de oren.

5) Er zijn te weinig leveranciers van circulaire materialen
Een ander probleem is dat er te weinig leveranciers zijn van circulaire materialen. Waar vind je kwalitatief goede, circulaire bouwmaterialen? Initiatieven zoals het Madaster, en Insert helpen hierbij een handje. Maar dit soort initiatieven zijn zeker nog geen business as usual.

6) Hergebruikte materialen wijken af van de standaard
Bovendien, als je gebruikte materialen vindt, zijn ze meestal net niet helemaal netjes op maat, zodat ze ook binnen het ontwerp passen. Dus Harry kan op zoek gaan naar kozijnen voor zijn wooncomplex, maar je zal altijd zien dat die kozijnen net de klein, groot, breed, of smal zijn. Ze zijn net een beetje vervormd. Hebben spijker- of schroefgaten. Plekjes. Je kent het wel. Dat levert extra problemen bij het installeren, waarbij tijd en geld gemoeid zijn.

7) Slopen van materialen moet zorgvuldig gebeuren (en is dus duur)
Ook het slopen van dit soort materialen uit de oude gebouwen moet heel zorgvuldig gebeuren. Ook het opstapelen en vervoer moet zorgvuldig (en dus langzaam) gebeuren. Ook al wordt dit met de grootst mogelijk aandacht gedaan, er zullen altijd kozijnen sneuvelen. Het is heel arbeids- en tijdsintensief om dit te doen. En dus duur.

8) Levering van materialen is onzeker qua timing en kwaliteit
Ook de timing bij dit soort processen is onvoorspelbaar. Als Harry nieuwe kozijnen bestelt, kan hij een datum aangeven van bezorging en er is niets aan de hand. Als de kozijnen uit een ander gebouw gehaald moeten worden, is het afwachten wanneer dat precies gebeurt is en of de bestelling dan wel klopt met wat Harry had verwacht.

9) Bewoners accepteren hergebruikte materialen niet
Een barrière zou kunnen zijn dat de bewoners het niet accepteren dat er gebruikte materialen worden geplaatst in hun wooncomplex. Zelf denk ik dat dat in het kader van renovatieprojecten bij woningcorporaties nog niet echt aan de orde is geweest. Ik heb het in elk geval in alle interviews die ik heb afgenomen nog nooit gehoord.

10) Concurrentie
Een woningcorporatie heeft natuurlijk ook niet echt last van concurrentie. Dus die barrière, die bij veel andere bedrijven natuurlijk wel aan de orde is, gaat bij woningcorporaties niet op.

11) Vergunningen en goedkeuring
Ik hoorde van een respondent een verhaal dat een nieuw gebouw gebouwd was uit hergebruikte materialen. Het stond wel op een nieuwe fundering. Het duurde heel lang om van de gemeente een vergunning te krijgen, want de ambtenaren wisten niet goed hoe ze dit gebouwen moesten toetsen. Ook is het moeilijk om kwaliteitskeurmerken te krijgen voor hergebruikte materialen.

12) Gebrek aan bewustwording en goede voorbeelden in de industrie
Er is een aantal goede pilotprojecten, maar circulair renoveren is nog lang geen business-as-usual. Als je goed naar de pilotprojecten kijkt, zie je dat er ook nog allerlei problemen zijn en dat de gebouwen altijd minder circulair zijn dan je zou in eerste instantie verwacht. Het is moeilijk om voorbij de pilot-fase te komen. Daarvoor zijn binnen de woningcorporatie ook structurele veranderingen nodig, zoals bijvoorbeeld het financieel calculatiemodel dat achter elk project ligt. Ik heb nog geen voorbeelden gezien van woningcorporaties die hun interne structuur hebben aangepast aan de circulaire gedachte.

Nawoord

Dat waren de 12 barrières die Vermunt en zijn collega’s in hun onderzoek noemen. Ik heb die barrières zelf iedere keer gekoppeld aan een fictief circulair renovatieproject van Harry de projectleider. Ik heb zelf ook nog geen allesomvattende oplossing voor deze problemen.

Ik denk dat het nuttig is om in elk geval bewust te zijn van deze problemen. Hoe meer informatie je hebt, hoe beter de beslissingen die Harry en zijn collega’s kunnen nemen.

Trouwens, in dit onderzoek worden 12 problemen genoemd, maar ik denk dat er nog veel meer zijn. Als je iets te binnen schiet, laat het mij vooral weten 🙂

Het enige wat ik voor nu wil zeggen is dat ik veel respect heb voor Harry en zijn collega’s, die dit soort projecten aangaan. Zij zijn namelijk dapper genoeg om gewoon die complete chaos binnen te stappen en te zorgen dat er een project komt. Yeah. Daar hou ik van! Daarom zeg ik: Go Harry, you rock 🙂

Bron: Vermunt, D.A., Negro, S.O., Verweij, P.A., Kuppens, D.V., Hekkert, M.P., (2019). Exploring barriers to implementing different circular business models. Journal of Cleaner Production. 222 (2019), 891-902.

Ben je er nog? Vind je het idee van het leasen van een gevel alsnog interessant? Ik wel! Mijn collega’s van de TU Delft hebben een interessante studie gedaan. Voor de liefhebber extra interessant leesvoer. Het onderzoeksartikel vind je door hier te klikken!

Plaats een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: