Over bouw- en sloopafval.

900 woorden – 3 minuten lezen
gray concrete building
Photo by Film Bros on Pexels.com

Volgens Patrizia Ghisellini, een Italiaanse onderzoeker, is het doel van circulaire economie om afval in de breedste zin van het woord, te voorkomen, reduceren en te recyclen. Om dat te bewerkstelligen moet de hele keten van productie, consumptie, distributie en herstel van materialen en energie geïnnoveerd worden. [Ik moet zeggen: ik ben zelf erg gecharmeerd van deze omschrijving van circulaire economie]

In het artikel dat ik in deze blog behandel, zoomen Patrizia en haar collega’s nader in op het managen van bouw- en sloopafval. Twee weken geleden schreef ik ook al een blog over het managen van bouw- en sloopafval.

Patrizia en haar collega’s waren benieuwd hoe wat bouw- en sloopafval nou  precies is en hoe bouw- en sloopafval het beste gemanaged kan worden, zodat het zo min mogelijk impact heeft op natuur en economie. Om hierachter te komen, analyseerden ze 70 artikelen over het managen van bouw- en sloopafval.

Hoewel ik het artikel van Patrizia en haar collega’s zelf een rommeltje vind (altijd kritisch blijven he 😉 ) geeft dit artikel een paar basisideeën over het managen van bouw- en sloopafval die ik de moeite van het delen waard vind. Om duidelijk te maken op welke punten ik kritisch ben, heb ik enkele kritische noten in rood toegevoegd. 

Reduceren, hergebruiken en recyclen van bouw- en sloopafval

Op het plaatje hieronder zie je heel globaal de levenscyclus van een gebouw. Je ziet dat je in alle fases van de levenscyclus van een gebouw rekening moet houden met het reduceren, hergebruiken en recyclen van materialen.

In de beginfases, bij het initiatief en ontwerp, liggen de meeste kansen om materiaalgebruik te voorkomen. Dit is natuurlijk het meest duurzaam.

In latere fases liggen kansen om materialen te hergebruiken. Het beste is om in de ontwerpfase al na te denken over het maken van droge verbindingen, zodat materialen makkelijk ontmanteld (en dus hergebruikt) kunnen worden.

Pas in de laatste fase van de levenscyclus van een gebouw komt recycling eventueel aan de orde.

 

Keten

Figuur 1: Levenscyclus van een gebouw volgens Ghisellini en haar collega’s. Zij hebben dit plaatje weer bewerkt van https://www.aecb.net/tunnel-vision-in-the-sustainable-building-sector-time-for-a-new-way-forward

 

Karakteristieken van bouw- en sloopafval

Patrizia en haar collega’s beschrijven karakteristieken van bouw- en sloopafval.

Ze kwamen erachter dat er veel variatie is in de bron van het afval (wegen, bruggen, huizen, kantoren), de grootte van de afvalstroom, en het type activiteit waar de afvalstroom los komt (sloop, renovatie).

In Europa bestaat ongeveer 80% van het bouw- en sloopafval uit bakstenen en beton. De rest bestaat uit verpakkingen en  ander kleiner materiaal, zoals plastic, hout, metaal, papier en karton, maar ook klei, stenen en asfalt.

Verder onderscheiden Patrizia en haar collega’s drie vormen van slopen:

  1. Conventioneel slopen

Dit is een sloopmethode waarbij machines worden ingezet, zonder verder echt aandacht te besteden aan het scheiden van verschillende afvalstromen en materialen. Het is een snelle en niet zo’n dure manier om gebouwen ‘op te ruimen’, maar het creëert natuurlijk veel hopen afval die gewoon ergens gedumpt worden of verbrand.

  1. Selectieve sloop

Deze methode is ook bekend als “construction in reverse”. Het gaat hier dus om het ontmantelen van gebouwcomponenten om waardevolle bouwmaterialen, zoals bakstenen, ramen, en kozijnen, apart in te zamelen. Deze methode wordt vaak in twee categorieën verdeeld: 1) het ontmantelen van constructieve elementen, en 2) het ontmantelen van niet-constructieve elementen. Dat laatste wordt vaak soft-stripping wordt genoemd.

  1. Gemixte sloop

Dan worden bijvoorbeeld bepaalde niet-constructieve elementen ontmanteld en de rest wordt op een traditionele manier gesloopt.

Vergelijking van slooptechnieken op milieu-impact

Een selectieve slooptechniek heeft over het algemeen minder impact op het milieu dan een traditionele slooptechniek. Volgens Patrizia en haar collega’s is de maximale afstand naar de recycle-plaats 32 km. [Hoe ze aan dit getal komen is echter geheel onduidelijk. Uiteraard, ze zullen het in andere artikelen gelezen hebben, maar ze noemen de bron niet. Het lijkt me dat die afstand ook erg afhangt van het type materiaal, grootte van de materiaalstroom en manier van vervoeren. Zo blijkt maar weer: ook op wetenschappelijke artikelen moet je altijd heel kritisch blijven.]

Vergelijking van slooptechnieken op economische impact

Patrizia en haar collega’s zien cases waarbij het traditioneel slopen economisch voordeliger is, maar ze zien ook andere cases waarbij selectief slopen weer economisch voordeliger is. Er is dus geen duidelijke winnaar, en het zal per geval verschillen. De kosten hangen af van de marktomstandigheden in het betreffende land, transportkosten, en arbeidskosten, het type gebouw dat gesloopt wordt, de techniek die gebruikt wordt, en de kosten van bijvoorbeeld het dumpen van afval op een afvalberg.

Opvallend is dat de onderzoekers Nederland noemen als een goed voorbeeld, omdat in Nederland bijna niet meer traditioneel gesloopt wordt en volgens deze onderzoekers 95% van het materiaal in Nederlands hergebruikt of gerecycled wordt. Althans, het meeste bouw- en sloopafval wordt gedowncycled als onderslag voor wegen. [Ook hier heb ik zo mijn twijfels bij. Patrizia en haar collega’s verwijzen naar een bron. Ik heb die bron gecheckt, maar het is onduidelijk hoe die bron aan deze informatie komt. Je kunt natuurlijk niet zomaar iedereen die iets zegt citeren.]

BRON: Ghisellini, P., Ripa, M., Ulgiati, S., (2018). Exploring environmental and economic costs and benefits of a circular economy approach to the construction and demolition sector. A literature review.

Even een side note hoor:
Uit de analyse van Patrizia en haar collega’s blijkt dat de meeste onderzoekers een Life Cycle Analysis of een vergelijkbare methode uitvoeren om de milieu- en financiële impact van bouw- en sloopafval te berekenen. In een eerdere blog behandel ik een artikel waarvan de auteur zeer overtuigend aantoont dat de resultaten van een LCA zeer discutabel zijn. Immers, de uitslag van een LCA hangt van allerlei factoren af. Omdat uitvoerders van LCA’s telkens andere factoren kiezen, zijn resultaten van LCA’s eigenlijk niet te vergelijken.

Doe mee met de conversatie

1 reactie

Plaats een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: