10 vragen en antwoorden over duurzame renovatie van gebouwen (en dit gaat dus ook over circulair bouwen).

1.400 woorden – 6 minuten lezen
black claw hammer on brown wooden plank
Je kunt je afvragen of iedere renovatie niet per definitie duurzaam is. Immers, je “gooit” het gebouw niet weg, maar geeft het een tweede (of derde of vierde) leven. Als je je schoenen “renoveert” en ze een tweede of derde of vierde leven geeft, zal iedereen dat duurzaam vinden. Bij een gebouw is er blijkbaar een verschil tussen duurzaam en niet-duurzame renovatie.

Zoals jullie inmiddels ook wel door hebben, beschouw ik duurzaam bouwen en circulair bouwen als 1 geheel. Alleen zijn we steeds beter in het denken over duurzaamheid. Ons begrip van duurzaam bouwen ontwikkelt steeds, en ergens onderweg in die ontwikkeling zijn we het circulair bouwen gaan noemen. Mij best hoor! Ik vind het vooral heel positief dat zo veel mensen zich hiermee bezig houden en dat moeten we ook blijven doen.

Ik denk dat de auteurs van dit artikel fan zijn van mijn blog, want de titel van hun artikel is letterlijk: 10 vragen over duurzaam onderhoud van gebouwen. Jullie weten dat ik gek ben op dit soort rijtjes, en dus kan ik niet anders dan over dit artikel een blog schrijven 🙂

Daar gaat ie dan!

  • Wat zijn typische aanleidingen om een gebouw duurzaam te renoveren?

Het antwoord hangt af van het land waarin je de vraag stelt. In Denemarken en Nederland bijvoorbeeld, komen doorgaans andere problemen voor dan in (ik noem maar wat) Cyprus. Op Cyprus komen veel vochtproblemen voor, en is de luchtkwaliteit van een gebouw vaak niet optimaal. In Denemarken zijn ze relatief veel bezig met de ‘branding’ van een gebouw (welk imago straalt het uit), en in Nederland zijn kostenbesparingen op energie vaak aanleiding (Ons bin zunig haha).

  • Wat is duurzame gebouwrenovatie eigenlijk?

Duurzame gebouwrenovatie is een als een bestaand gebouw wordt geüpgraded,  waardoor het na de upgrade in termen van milieu, maar ook sociale en economische aspecten. Over de balans tussen mensen, stenen en geld schreef ik trouwens al eerder een blog.  De nadruk van het artikel dat ik hier behandel ligt op de wat grotere en daarmee ook complexere gebouwrenovaties. Het is dus meer dan een paar zonnepaneeltjes plaatsen. Daarom is, volgens de schrijvers van dit artikel, het nodig om meerdere disciplines van kennis en expertise bij elkaar te brengen. Zo kun je met een gebouwrenovaties ook gelijk sociale issues aanpakken (overlast van bewoners in geval van woningen, of arbeidstijd veraangenamen in geval van kantoren), en de architectuur en esthetiek van een gebouw verbeteren.

  • Wat zijn de belangrijkste stakeholders van een duurzame gebouwrenovatie?

Hierbij moet je onderscheid maken in de vraag- en aanbodzijde van de gebouwrenovatie. Aan de vraagzijde heb je de eigenaren en de gebruikers. Vaak verschillen de eigenaren en gebruikers van elkaar. Bijvoorbeeld: veel woningen zijn in bezit van een woningcorporatie, maar worden gebruikt door de bewoners. Bij kantoren en bijvoorbeeld schoolgebouwen is het gebouw in bezit van het kantoor of de school zelf (of van een eigenaar/belegger) en worden de gebouwen gebruikt door de werknemers, docenten, studenten en ondersteunend personeel. De woningcorporaties, kantoren, en scholen worden vertegenwoordigd door allerlei facility managers, adviseurs, en administratieve diensten.

Aan de aanbodkant heb je natuurlijk de architecten, constructeurs, aannemers, onderaannemers en leveranciers. Ook die partijen kunnen worden vertegenwoordigd door adviseurs, managers en administraties.

Naast deze partijen aan de vraag- en aanbodzijde heb je nog de zogenaamde secundaire partijen. Dit zijn de overheidsinstanties, gemeentes, financiers en omwonenden.

  • Wat zijn de kenmerkende verschillen tussen duurzame gebouwrenovatie en (al dan niet duurzame) nieuwbouw?

Je kunt een renovatie ook zien als een specifiek type “nieuwbouw”. Renovatie verloopt vaak met dezelfde processen, partijen en contracten als nieuwbouw. Maar er zijn toch 7 kenmerkende verschillende tussen duurzame renovatie en duurzame nieuwbouw.

  • Bij duurzame gebouwrenovatie is natuurlijk sprake van een bestaand gebouw, en in het ontwerp van de renovatie moet je rekening houden met die bestaande situatie, zoals de technische staat en de ontwerpprincipes waarmee het bestaande gebouw is ontworpen.
  • Het vorige punt geldt vooral als het gebouw een status als monument heeft.
  • Bij renovaties moet je de bestaande structuur van het gebouw soms openbreken, waardoor je voor verrassingen komt te staan.
  • De ambities en prestatiedoelen van het gebouw na de renovatie kun je afzetten tegen de cijfers van de bestaande situatie. Een doel kan bijvoorbeeld zijn om de energie met X% te reduceren.
  • Er zijn natuurlijk al mensen die het gebouw gebruiken, en het is belangrijk om de kennis en ervaring van die mensen ten aanzien van het bestaande gebouw mee te nemen in het ontwerp van de renovatie.
  • Het is heel belangrijk om de gebruikers van het gebouw mee te nemen in de plannen, maar ook tijdens de renovatie. Ze zullen vaak hinder ondervinden, zoals geluidsoverlast en stof en zaagsel.
  • Je kunt na de renovatie ook mooi meten hoe de gebruikerstevredenheid vooruit is gegaan.

 

  • Welke fases, aanbestedingsprocedures en organisaties ontstaan er meestal bij duurzame gebouwrenovaties?

Eigenlijk volgt een renovatieproces dezelfde fases als een nieuwbouwproces, namelijk initiatief, ontwerp, bouw, en oplevering (De auteurs van het artikel vergeten de belangrijkste fase te benoemen, namelijk de gebruiksfase. Maar dat geeft niet. Ik voeg het zelf gewoon even toe).

Wat ik zelf ervaar is dat de rol van de architect in renovatieprocessen heel anders (of niet aanwezig) is, dan in nieuwbouwprojecten. Je kunt je voorstellen dat als je van een lading woningcorporatiewoningen de kozijnen moet veranderen, de rol van de een architect heel anders is dan wanneer er vanuit het niets een nieuwbouwproject moet gaan ontstaan.

  • Welke nieuwe vormen van ketensamenwerking ontstaan er ten bij duurzame gebouwrenovatie?

Het antwoord hangt ook erg af van de lokale (landelijke) bouwcultuur. Over het algemeen geldt dat hoe complexer het project is, hoe intensiever er samengewerkt moet worden. Je moet dus denken aan strategische partnerships. Met name bij woningcorporaties, die enorme hoeveelheden van min of meer dezelfde type woningen moeten renoveren, ontstaan langdurige samenwerkingen met aannemers. Bij eenmalige renovatieprojecten moet je denken aan bouwteams en dat soort samenwerkingen tussen opdrachtgevers en aannemers.

  • Welke tools zijn er om de ambities en doelen van duurzame gebouwrenovatie te bepalen en te evalueren?

Ik wijk hier even af van het artikel en zal dit voor de Nederlandse situatie beantwoorden. Die lijst is natuurlijk eindeloos. Maar bekende tools zijn bijvoorbeeld, EPG (Energie Prestatie Gebouwen) en de MPG (Milieu Prestatie Gebouwen). Gek genoeg spreken de EPG en de MPG elkaar op sommige punten een soort van tegen. Voor een hoge energieprestatie is veel isolatie nodig. Maar veel isolatie betekent veel materiaal en dus een lagere milieuprestatie. Het is dus nodig om hier een goede balans in te vinden.

  • Hoe kunnen de milieuprestaties gemeten worden?

Deze vraag hangt natuurlijk erg samen met de vorige. Maar hier is het nog wel het vermelden waard dat Life Cycle Analysis (LCA) en Life Cycle Costing (LCC) belangrijke tools zijn. Hoewel er al enorm veel is geschreven en onderzocht over LCA en LCC, zijn deze tools in mijn ogen nog verre van waterdicht. Lees bijvoorbeeld deze blog, waarin blijkt dat de resultaten van verschillende LCA-studies enorm verschillen. En in deze blog beschrijf ik de vier belangrijkste kostenposten van de levensduur van een gebouw, maar zoals bij elke NCW-berekening is dit ook gebaseerd op het betere gokwerk.

  • Welke institutionele factoren stimuleren of remmen duurzame gebouwrenovatie?

Ook hier zal ik afwijken van het artikel en naar eigen inzicht antwoord geven voor de Nederlandse situatie.

Belemmerende factoren zijn onder andere:

  • Hoge investeringskosten. Bij woco’s bijvoorbeeld leidt dit vaak tot een situatie waarbij ze hogere huurkosten moeten vragen, maar dat zien de bewoners vaak niet zitten. En als de bewoners het niet zien zitten, kan het project niet doorgaan.
  • En bij bijvoorbeeld woningcorporaties is het zo dat de corporatie investeert, en de bewoner daarvan het financiële profijt plukt. Dat is op zichzelf natuurlijk juist goed, immers, de woningcorporatie is er om het leven van de bewoners beter te maken. Het probleem is dat woningcorporaties geen geld hebben om die investering te doen, zonder daar iets voor terug te krijgen.
  • Vaak lukt het de woco’s niet om de bewoners ervan te overtuigen dat de hogere huurkosten worden gecompenseerd met een lagere energierekening.

Stimulerende factoren zijn tweeledig. De overheid en gemeentes stellen gewoon keiharde eisen en wetten. Daarnaast verstrekt de overheid ook subsidies. Voorbeelden hiervan zijn dat er een ambitie is om Nederland gasloos en circulair te maken, en worden met bijvoorbeeld EPG en MPG verschillende subsidies verstrekt. Woningcorporaties zijn natuurlijk sowieso al gesubsidieerde instanties.

  • Wat zijn typische concepten die met duurzame gebouwrenovatie te maken hebben?

Er zijn natuurlijk talloze technische innovaties. Zonne- en windenergie worden steeds geavanceerder (maar ook bekritiseerd), verschillende soorten circulair isolatiemateriaal (Zoals bijvoorbeeld spijkerbroeken, lees hier meer daarover).

BRON: Jensen, P. A., Maslesa, E., Berg, J. B., & Thuesen, C. (2018). 10 questions concerning sustainable building renovation. Building and Environment143, 130-137.

Plaats een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: